Voor het beoordelen van schrijfvaardigheid is het lang gebruikelijk geweest om een analytisch beoordelingsmodel te hanteren. Dit houdt in dat alle fouten in het schrijfproduct worden aangestreept. Vervolgens wordt via puntenaftrek een cijfer bepaald. Als een docent wil vaststellen of een schrijfproduct aan een bepaald ERK-niveau voldoet, ligt het meer voor de hand een holistisch model te gebruiken. Het schrijfproduct wordt als geheel beoordeeld.
Voor het beoordelen van schrijfopdrachten zijn in Taalprofielen de volgende criteria geformuleerd:
- onderwerp
- woordenschat en woordgebruik
- grammaticale correctheid
- spelling en interpunctie
- coherentie
In de praktijk zal de docent of toetsconstructeur het onderwerp van het schrijfproduct bepalen. Daarbij zal rekening worden gehouden met het ERK-niveau waarvoor de schrijftoets wordt afgelegd. Wat het criterium ''onderwerp'' betreft, zal dan ook vooral worden gekeken in hoeverre de leerling zich aan de opdracht heeft gehouden.
Veel docenten zullen naast bovengenoemde criteria ook graag de mate van originaliteit bij hun beoordeling willen betrekken. Dit zou een extra criterium kunnen zijn in een rubric.
Voor meer praktische informatie over rubrics, zie de knop in de linker menubalk.
Voorbeeld
Beoordelingsmodel beoordeling essay vwo 6 (bron: Hermann Wesselink College).
