Gespreksvaardigheid
Vaststellen van criteria

In Taalprofielen zijn de criteria voor de beoordeling van de gespreksvaardigheid geclusterd in: 

  • woordenschat en woordgebruik
  • grammaticale correctheid
  • interactie (hoe actief is de deelname aan het gesprek?)
  • vloeiendheid
  • coherentie (hoe samenhangend is het betoog?)
  • uitspraak 

Deze criteria kunnen naar behoefte van een weging worden voorzien in een rubric. Eventueel kunt u het aantal criteria beperken, enkele samenvoegen, of criteria voor die specifieke opdracht toevoegen.

Als eerste, nog vóór de bovenstaande criteria geldt het criterium ‘voldoet aan de opdracht’: 

Als de leerling bijvoorbeeld gevraagd wordt drie redenen te noemen waarom hij zijn hobby zo leuk vindt en hij noemt er één, heeft dit invloed op de beoordeling. Of als een leerling zijn mening moet geven over een actueel thema en hij zich tot een eenvoudige omschrijving beperkt van het thema zelf, dan kunt u hem niet beoordelen.

Voorbeeld

Dit is een voorbeeld van een rubric voor de beoordeling van de gespreksvaardigheid. Deze werkwijze blijft echter subjectief omdat het aan de individuele docent is punten per criterium (woordenschat, grammaticale correctheid etc.) aan de prestatie toe te kennen.

Beoordelingsmodel gespreksvaardigheid B1 met rubrics, met scheidslijn criteria A2 en B1 (bron: Twents Carmel College).