Het beoordelen van een prestatie aan de hand van een zogeheten rubric kan veel tijd besparen. Een rubric bevat een reeks criteria aan de hand waarvan een vaardigheid wordt beoordeeld. Rubrics bestaan uit kolommen en rijen. Het aantal rijen is afhankelijk van het aantal criteria. Voor het ERK zijn dat de tekstkenmerken of niveaucriteria.
In de eerste kolom worden de criteria vermeld, eventueel met een korte omschrijving. Aan elk criterium worden punten toegekend. Het uiteindelijk behaalde aantal punten kan worden omgezet naar een cijfer in een tienpuntsschaal.
Om een rubric te maken:
1. Geef aan om welke vaardigheid het gaat (bijvoorbeeld gesprekken voeren), en om welk ERK-niveau. De opdracht die de leerling krijgt moet een prestatie op dat ERK-niveau kunnen uitlokken.
2. Selecteer de criteria voor het beoordelen van de betreffende vaardigheid. Eventueel kunt u het aantal criteria beperken, enkele samenvoegen, of criteria voor die specifieke opdracht toevoegen.
3. Maak een tabel met evenveel rijen als de geselecteerde criteria.
4. Zet de criteria, eventueel met een korte omschrijving in de linker kolom van de tabel.
5. Rechts van de beoordelingscriteria staan enkele kolommen. Daarin kunt u per criterium kort en bondig omschrijven wanneer het als zwak, middelmatig of goed wordt beoordeeld en hoeveel punten er dan aan toegekend worden.
Baseer de omschrijvingen op de kenmerken van het betreffende ERK-niveau.
6. Voor elk criterium kan een leerling een maximaal aantal punten scoren. Weet waarom u wel of niet een wegingsfactor hangt aan de verschillende criteria. Zorg dat u hierin een beargumenteerde keuze maakt.
7. Alle punten bij elkaar opgeteld geven het totaal aantal punten dat met een rekensom omgezet kan worden naar een cijfer.
Uiteraard zijn talloze variaties mogelijk, afhankelijk van onder meer de aard van de opdracht die beoordeeld moet worden en de eigen onderwijssituatie.
