Duits lezen voorbeeld 6
Lees de tekst en de bijbehorende vraag. Geef vervolgens een inschatting van het niveau van deze opgave in de eerste matrix; kies in de tweede matrix de subvaardigheid die bij deze opgave past.

Aus der Anleitung zur Einkommensteuererklärung:

Afbeelding_bij_voorbeeld_6.jpg

 

Welche Kosten in Zusammenhang mit einem Studium dürfen nicht abgesetzt werden?

A. Ausgaben für das Studium, die man ersetzt bekommen hat.
B. Kosten, die der Ehegatte für das eigene Studium macht.
C. Reisekosten zwischen dem Wohnort und der Universität.
D. Zusätzliche Kosten für das Essen am Studienort.

 

 (Bron:  © Cito B.V. Arnhem, 2009)

 

Tekstkenmerken receptief

Wrd
Wrd –
Woordenschat en zinsopbouw
Ind
Ind –
Tekstindeling
Lng
Lng –
Tekstlengte
C2
– C2

Wrd – C2
Laagfrequent en specialistisch woordgebruik, inclusief zeer spreektalige (literaire) woorden evenals uitdrukkingen uit regionale taal
Ind – C2
Als C1
Lng – C2
Als B2
C1
– C1

Wrd – C1
Laagfrequent en specialistisch taalgebruik komt voor; lange samengestelde zinnen
Ind – C1
Complexe teksten. Ingewikkelde instructieteksten
Lng – C1
Als B2
B2
– B2

Wrd – B2
Geen beperkingen, mits woordenboek voorhanden
Ind – B2
Geen beperkingen
Lng – B2
Speelt geen rol
B1
– B1

Wrd – B1
Eenvoudig, alledaags
Ind – B1

Goed gestructureerd

Lng – B1
Teksten kunnen langer zijn
A2
– A2

Wrd – A2
Eenvoudige zinnen
Ind – A2

Heldere tekststructuur. Visuele ondersteuning

Lng – A2
Korte teksten
A1
– A1

Wrd – A1
Korte eenvoudige zinnen
Ind – A1
Visuele ondersteuning
Lng – A1
Zeer korte teksten
Subvaardigheden

Cor
Cor –
Correspondentie lezen
Orië
Orië –
Oriënterend lezen
Inf
Inf –
Lezen om informatie op te doen
Inst
Inst –
Instructies lezen
C2
– C2

Cor – C2
Als C1
Orië – C2
Als B2
Inf – C2
Als C1
Inst – C2
Als C1
C1
– C1

Cor – C1
Kan alle correspondentie begrijpen, een enkele keer met behulp van een woordenboek
Orië – C1
Als B2
Inf – C1
Kan op detailniveau een breed scala van lange, complexe teksten begrijpen, uit  sociaal, professioneel of academisch leven, en fijnere details herkennen zoals houdingen en uitgesproken of impliciete meningen, mits moeilijke passage herlezen kunnen worden.
Kan met gemak literaire en non-fictie teksten lezen
Inst – C1
Kan tot in detail lange en complexe instructies bij een nieuwe machine of procedure begrijpen, al dan niet gerelateerd aan eigen vakgebied, mits moeilijke passages herlezen kunnen worden
B2
– B2

Cor – B2
Kan correspondentie lezen met betrekking tot eigen interessegebied en daarbij meteen de wezenlijke betekenis vatten
Orië – B2
Kan snel lange, complexe teksten doorlezen en de relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie herkennen van nieuwsberichten, artikelen en verslagen over uiteenlopende professionele onderwerpen en besluiten of nadere bestudering de moeite waard is. Kan meer complexe advertenties begrijpen
Inf – B2
Kan artikelen en verslagen over hedendaagse problemen begrijpen, waarin de schrijvers bepaalde stellingen of standpunten innemen. Kan literaire en non-fictie teksten lezen met een redelijke mate van begrip.
Kan informatie, ideeën en meningen ophalen uit zeer gespecialiseerde bronnen binnen zijn/haar vakgebied. Kan gespecialiseerde artikelen buiten het eigen vakgebied begrijpen, mits hij/zij af en toe een woordenboek kan gebruiken (B2+)
Inst – B2
Kan lange, complexe aanwijzingen op het eigen vakgebied begrijpen, inclusief details over voorwaarden en waarschuwingen, mits moeilijke passages herlezen kunnen worden
B1
– B1

Cor – B1
Kan persoonlijke en eenvoudige formele brieven, e-mails en vormen van sociale media voldoende begrijpen om met iemand te kunnen corresponderen
Orië – B1
Kan relevante informatie vinden en begrijpen in brochures en korte officiële documenten op internet of in andere media
Kan in langere teksten op internet of in andere media informatie zoeken over thema's binnen het eigen interessegebied (B1+)
Inf – B1
Kan belangrijke feitelijke informatie begrijpen in korte verslagen en artikelen. Kan eenvoudige jeugdliteratuur lezen 
Kan hoofdthema en belangrijkste argumenten begrijpen in eenvoudige teksten in tijdschriften, kranten of op internet(B1+)
Inst – B1
Kan helder geschreven, ondubbelzinnige instructies begrijpen
A2
– A2

Cor – A2

Kan een korte, eenvoudige, (standaard)brief of e-mail begrijpen
Kan elementaire soorten standaardbrieven of een algemene kennisgeving over vertrouwde onderwerpen begrijpen (A2+)

Orië – A2
Kan specifieke, informatie vinden en begrijpen in eenvoudig, alledaags materiaal
Kan eenvoudige advertenties met weinig afkortingen begrijpen. Kan in lijsten, overzichten en formulieren specifieke informatie vinden en begrijpen
Kan veelvoorkomende borden en mededelingen begrijpen
Inf – A2
Kan specifieke informatie en/of de hoofdlijn begrijpen in eenvoudige teksten over vertrouwde onderwerpen
Inst – A2
Kan eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen
Kan regels en bepalingen begrijpen, wanneer deze in eenvoudige taal zijn gesteld (A2+)
A1
– A1

Cor – A1
Kan korte, eenvoudige mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld via sociale media of op brief- of ansichtkaarten.
Kan voorgedrukte kaarten begrijpen met standaard boodschappen
Orië – A1
Kan een korte standaard mededeling lezen
Kan dingen opzoeken in of kiezen uit een lijst
Kan eenvoudige informatie op een poster, mededelingenbord of in een brochure lezen
Inf – A1
Kan zich een idee vormen van de inhoud van een korte tekst met waar mogelijk visuele ondersteuning
Kan in korte en informatieve teksten informatie over personen en plaatsen begrijpen
Inst – A1
Kan zeer eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen