Engels luisteren voorbeeld 6
Lees de opgave en luister naar het fragment. Geef vervolgens een inschatting van het niveau van deze opgave in de eerste matrix; kies in de tweede matrix de subvaardigheid die bij deze opgave past
6engluisteren.jpg

Wat geldt voor afgeprijsde artikelen?

A     Er is geen garantie op.
B    Je moet er twee of meer nemen.
C    Ze kunnen niet geruild worden.

 

(Bron: TaalstERK toetsen, © Cito B.V. Arnhem, 2009)

 

Tekstkenmerken receptief

Wrd
Wrd –
Woordenschat en zinsopbouw
Tem
Tem –
Tempo en articulatie
Lng
Lng –
Tekstlengte
C2
– C2

Wrd – C2
Complex. Idiomatische uitdrukkingen. Onduidelijk gestructureerde zinnen worden moeiteloos begrepen
Tem – C2
Als C1
Lng – C2
Als C1
C1
– C1

Wrd – C1
Complex. Idiomatische uitdrukkingen, impliciete betekenissen
Tem – C1
Normaal tot snel spreektempo. Spreker hoeft niet duidelijk te articuleren; afwijkingen van standaardtaal zijn geen probleem, mits tijd om eraan te wennen
Lng – C1
Doet er niet meer toe
B2
– B2

Wrd – B2
Complex
Tem – B2
Standaardtaal, normaal spreektempo
Lng – B2
Kan lang zijn
B1
– B1

Wrd – B1
Ondubbelzinnige standaardtaal. Kan complexer zijn binnen eigen vak- of interessegebied
Tem – B1
Normaal spreektempo, duidelijk gearticuleerde standaardtaal
Lng – B1
Niet al te lang
A2
– A2

Wrd – A2
Eenvoudig
Tem – A2
Langzaam spreektempo, duidelijk gearticuleerde standaardtaal
Lng – A2
Kort
A1
– A1

Wrd – A1
Zeer eenvoudig
Tem – A1
Zorgvuldig en langzaam spreektempo, duidelijk gearticuleerde standaardtaal
Lng – A1
Zeer kort
Subvaardigheden

Gspr
Gspr –
Gesprekken tussen moedertaalsprekers begrijpen
Live
Live –
Luisteren als lid van het aanwezige publiek
Instr
Instr –
Luisteren naar mededelingen en instructies
Media
Media –
Kijken en luisteren naar audiovisuele media
C2
– C2

Gspr – C2
Als C1
Live – C2
Kan specialistische voordrachten en presentaties volgen ook met veel spreektaal, regionaal getint taalgebruik en niet-vertrouwde terminologie
Instr – C2
Als C1
Media – C2
Als C1
C1
– C1

Gspr – C1
Kan met gemak complexe interacties tussen derden volgen in een groepsdiscussie of debat, zelfs over abstracte, complexe en niet-vertrouwde onderwerpen
Live – C1
Kan de meeste voordrachten, discussies en debatten betrekkelijk gemakkelijk volgen. Kan een toneelstuk volgen
Instr – C1
Kan specifieke informatie halen uit openbare mededelingen van slechte kwaliteit. Kan complexe technische informatie begrijpen
Media – C1
Kan een breed scala van audiovisueel materiaal verstaan en fijnere details herkennen zoals impliciete houdingen en verhoudingen. Kan films volgen met aanzienlijke hoeveelheid plat taalgebruik
B2
– B2

Gspr – B2
Kan met enige inspanning veel volgen
Live – B2
Kan de wezenlijke punten volgen van diverse vormen van academische of professionele presentaties die naar inhoud en vorm complex zijn
Instr – B2
Kan mededelingen en berichten over concrete en abstracte onderwerpen verstaan
Media – B2
Kan de meeste gesproken radio- en tv-programma's begrijpen en kan de stemming, toon etc. van de spreker herkennen
B1
– B1

Gspr – B1
Kan over het algemeen de hoofdpunten volgen van uitgebreide, informele discussie rondom hem/haar
Live – B1
Kan directe, korte voordrachten over vertrouwde onderwerpen globaal volgen (B1+)
Instr – B1
Kan eenvoudige technische informatie begrijpen. Kan gedetailleerde aanwijzingen volgen
Media – B1
Kan hoofdpunten begrijpen van radio-nieuwsberichten en tv-programma's over vertrouwde onderwerpen, films volgen met eenvoudige verhaallijn
A2
– A2

Gspr – A2
Kan over het algemeen het onderwerp herkennen van de discussie rondom hem of haar
Live – A2
Nog niet van toepassing
Instr – A2
Kan eenvoudige feitelijke informatie en een korte uitleg begrijpen
Media – A2
Kan de belangrijkste informatie onderscheiden en verstaan in passages over voorspelbare alledaagse zaken. Kan zich een indruk vormen van de belangrijkste inhoud van een feitelijk nieuwsbericht op tv
A1
– A1

Gspr – A1
Kan begrijpen wanneer anderen zich voorstellen aan elkaar
Live – A1
Nog niet van toepassing
Instr – A1
Kan tot hem/haar gerichte vragen, opdrachten, mededelingen en waarschuwingen verstaan. Kan korte, eenvoudige aanwijzingen volgen
Media – A1
Kan het onderwerp bepalen van korte kijk-/luisterteksten