Spaans lezen voorbeeld 8
Lees de tekst en de bijbehorende vragen. Geef vervolgens een inschatting van het niveau van deze opgave in de eerste matrix; kies in de tweede matrix de descriptor die bij deze opgave past.

8spaanslezen.jpg



Je gaat met een vriend een beginnerscursus Spaans doen bij Colegio Delibes in Salamanca. Jullie willen een tweepersoonskamer in een studentenhuis, met ontbijt en avondeten.

Kruis de juiste hokjes aan op het inschrijfformulier.

 

Tekstkenmerken receptief
Ond
Ond –
Onderwerp
Wrd
Wrd –
Woordgebruik en zinsopbouw
Ind
Ind –
Tekstindeling
Lng
Lng –
Tekstlengte
C1
– C1
Ond – C1
Alle onderwerpen
Wrd – C1
Laagfrequent en specialistisch taalgebruik komt voor; lange samengestelde zinnen
Ind – C1
Complexe teksten; ingewikkelde instructieteksten
Lng – C1
Speelt geen rol
B2
– B2
Ond – B2
Alledaags of aansluitend bij eigen vakgebied
Wrd – B2
Geen beperkingen mits woordenboek voorhanden
Ind – B2
Geen beperkingen
Lng – B2
Speelt geen rol
B1
– B1
Ond – B1
Vertrouwd, alledaags of werkgerelateerd
Wrd – B1
Eenvoudig, alledaags
Ind – B1
Goed gestructureerd
Lng – B1
Kan langer zijn
A2
– A2
Ond – A2
Alledaags, bekend, concreet
Wrd – A2

Hoogfrequent, bekend uit eigen taal of internatioaal vocabulaire; tekststructuur is eenvoudig en helder

Ind – A2
Visuele ondersteuning
Lng – A2
Kort
A1
– A1
Ond – A1
Concreet, vertrouwd, alledaags
Wrd – A1

Hoogfrequente woorden, korte eenvoudige zinnen

Ind – A1
Visuele ondersteuning
Lng – A1
Kort, eenvoudig
Globale descriptoren
Cor
Cor –
Correspondentie lezen
Orië
Orië –
Oriënterend lezen
Inf
Inf –
Lezen om informatie op te doen
Inst
Inst –
Instructies lezen
C1
– C1
Cor – C1
Kan alle correspondentie begrijpen als incidenteel een woordenboek gebruikt kan worden.
Orië – C1
Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
Inf – C1
Kan een breed scala aan lange en complexe teksten zoals men die tegenkomt in het sociale, professionele en academische leven tot in detail begrijpen waarbij fijnere details zoals attitudes en opinies, impliciet en expliciet verwoord, worden onderkend.
Inst – C1
Kan tot in detail lange en complexe instructies bij een nieuwe machine of procedure begrijpen, al dan niet gerelateerd aan zijn/haar specialisatiegebied, als de mogelijkheid bestaat om moeilijke stukken te herlezen.
B2
– B2
Cor – B2
Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses, lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
Orië – B2
Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
Inf – B2
Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.
Inst – B2
Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij/zij de gelegenheid heeft moeilijke stukken te herlezen.
B1
– B1
Cor – B1
Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
Orië – B1
Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
Inf – B1
Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
Inst – B1
Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen.
A2
– A2
Cor – A2
Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
Orië – A2
Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal. Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen. Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
Inf – A2
Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
Inst – A2
Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt.
A1
– A1
Cor – A1

Kan korte, eenvoudige berichten op een ansichtkaart begrijpen.

Orië – A1
Kan bekende namen, woorden, simpele standaardzinnetjes herkennen in eenvoudige mededelingen in de meest voorkomende alledaagse situaties.
Inf – A1
Kan zich een idee vormen van de inhoud van eenvoudige informatieve materialen en korte eenvoudige beschrijvingen, vooral als er visuele ondersteuning is.
Inst – A1
Kan korte, eenvoudig geschreven aanwijzingen opvolgen.