Spreken

tanden.jpg

Hoe spreek ik (mensen toe)?

niveau-a1.png niveau-a2.png niveau-b1.png niveau-b2.png
Ik gebruik eenvoudige woorden en uitdrukkingen om mijn woonomgeving en de mensen om me heen te beschrijven. Ik gebruik een reeks eenvoudige uitdrukkingen en zinnen om bijvoorbeeld een kort praatje te houden over familie, andere mensen, leef-omstandigheden, opleiding, school of een bijbaantje.  Ik gebruik ook langere zinnen om ervaringen, gebeurtenissen, dromen en verwachtingen te beschrijven. Ik kan een verhaal vertellen, de plot van een boek of film weergeven of mijn reacties beschrijven. Ik gebruik met gemak  zinsconstructies om presentaties te geven over allerhande, actuele onderwerpen waarbij ik voor- en nadelen van diverse kwesties uiteen kan zetten.
Ik gebruik een klein aantal woorden en eenvoudige uitdrukkingen.
Ik gebruik veel voorkomende uitdrukkingen die ik uit het hoofd heb geleerd.
Ik ken voldoende woorden om eventueel met behulp van omschrijvingen te praten over de onderwerpen op dit niveau.
Mijn woorden-schat is toereikend om duidelijke beschrijvingen te geven en meningen te verkondigen zonder opvallend naar woorden te hoeven zoeken.
Ik gebruik een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uitdrukkingen die ik uit het hoofd heb geleerd. Ik pas eenvoudige grammaticaregels toe, maar ik maak nog veel fouten.
Ik maak gebruik van veel voorkomende constructies en pas de basisgrammaticaregels behoorlijk goed toe. 
Ik kan ook meer ingewikkelde grammaticaregels gebruiken en herstel fouten vaak uit mezelf.
Ik aarzel heel vaak. Ik heb tijd nodig om te bedenken hoe ik iets mote zeggen of uitspreken. Ik aarzel nog regelmatig. Ik moet vaak een zin opnieuw formuleren. Ik ben goed te volgen, maar ik moet af en toe pauzeren om mezelf te verbeteren of de volgende zin te plannen.   Ik hoef haast niet na te denken hoe ik iets moet zeggen. Ik kan improviseren als het nodig is.
Ik gebruik ''en'' en ''dan'' als voegwoorden. Ik gebruik voegwoorden zoals: 'en', 'dan', ‘maar’ en ‘omdat’. Ik verbind woorden en stukken zin tot een samenhangend geheel. Ik kan heldere en samenhangende zinnen maken, al lukt het in langere bijdragen soms minder goed.
Door mijn uitspraak ben ik alleen met enige inspanning te verstaan. Mijn uitspraak is matig. De ander moet af en toe mij vragen iets te herhalen. Mijn uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een accent en af en toe een verkeerd uitgesproken woord. Mijn uitspraak is duidelijk en natuurlijk.
Ik lees teksten op van geheugen-steuntjes of powerpointdia's.
Ik lees af en toe stukken voor van geheugensteuntjes of powerpointdia's
Ik maak op redelijk natuurlijke wijze gebruik van geheugensteuntjes of powerpointdia's.
Ik presenteer op natuurlijke wijze met behulp van geheugensteuntjes of powerpointdia's.

TIPS